Aan de waarheid heb je niet veel meer

Wilmer Smook Communicatie

De top van de belastingdienst laat zelfs toeslagen stopzetten als is aangetoond dat mensen er wel recht op hebben. Voetbalclub FC Den Bosch verklaart dat discriminerende uitlatingen van supporters tegen een donkere speler van de tegenstander slechts ‘kraaiengeluiden’ zijn. De overeenkomst tussen deze twee actualiteiten: lak aan hoe het echt zit.
Het streven naar kennis van de waarheid is slechts een korte periode in de menselijke geschiedenis algemeen als deugd gezien. Nu is feitenvrijheid weer de regel, gemakkelijker gemaakt door de hoeveelheid (des)informatie in onze mediacratie. En het menselijk brein gaat nu eenmaal erg selectief om met waarheid. Dat is dus lastig communiceren. Daarom een paar feiten, eh: tips, die helpen te begrijpen hoe het werkt.

Een paar eeuw beschaving

Sinds onze heugenis worden mensen opgevoed met sagen en mythe. De rondreizende bard vertelde sprookjes, de kerk had als strategie om gelovigen niet al te wijs te maken. Het duurde tot de 18e eeuw voordat de Verlichting met cultureel-filosfische onderbouwing de rede tot een peiler van de Westerse beschaving maakte. Daar is in de 21e eeuw inmiddels weinig meer van over.
Overheden en anderen met macht proberen uit alle macht informatie die niet goed uitkomt te verzwijgen, zoals klokkenluiders en journalisten bijna dagelijks onthullen. Bedrijven sjoemelen overal waar dat niet actief wordt bestreden – en vaak zelfs waar dat wel gebeurt – en hun reclame-uitingen zijn in meerderheid onzinnig. Sociale media worstelen op bevel van de overheid wel met nepnieuws, maar de meeste gebruikers helemaal niet. Die nemen gewoon over wat hen aanstaat, of het nou klopt of niet.
Positief imago boerenprotest
Heeft het internet wel voor volledige vrijheid van informatie gezorgd? (afbeelding via vpnsrus.com)

Gelukkig goedgelovig

Leiders als Erdogan, Poetin en Bolsonaro zijn door en door onbetrouwbaar, maar hebben veel aanhang en worden gekozen. Boris Johnson schreef als journalist menig artikel waarvan hij wist dat het niet klopte maar er wel mee zou ‘scoren’. Trump zal volgens de eerbiedwaardige factchecker van The Washington Post eerdaags zijn veertienduizendste officieel geregistreerde leugen als president vertellen, maar zijn populariteit is nog bijna even hoog als toen hij gekozen werd. Voor deze en vele andere politici, ook in Nederland, zijn feiten geen hulpmiddel meer om het ergens over eens te worden. Wat hen niet aanstaat ontkennen of verzwijgen ze.
Het is tekenend dat deze houding hen door velen helemaal niet kwalijk wordt genomen. Een hoop mensen vinden loyaliteit aan hun leiders en aan hun directe omgeving (familie, vrienden, buren) belangrijker dan zoiets als ‘de waarheid’. Ze zijn gewoon ‘goedgelovig’, en willen dat ook.
Consumptie vlees beïnvloedt boerenprotest
Trump, de meester van post-truth politics: beroep doen op de emoties in plaats van op objectieve feiten

Intuïtieve omgang met de waarheid

En het helpt niet dat meer verlichte geesten beweren dat ‘de waarheid’ en zelfs ‘objectiviteit’ niet bestaan. Dat sluit wel weer aan bij het alledaagse concept van waarheid dat iedereen hanteert: we vertellen niet voortdurend precies wat we van andere mensen vinden, en willen ook helemaal niet van hen horen wat ze van ons vinden. Niettemin zegt in enquêtes het overgrote deel van de mensen dat ze nooit liegen.
Deze intuïtieve omgang met de waarheid gaat heel ver. Onderzoek laat zien dat mensen leugens van tegenstanders op een andere emotionele manier beoordelen dan leugens van medestanders. In geen van beide gevallen speelt het deel van de hersenen dat met rationaliteit in verband wordt gebracht een rol. Bij een rechtse leider neemt het aantal linkse mensen dat de journalistiek een rol als ‘waakhond’ toedicht sterk toe, maar als er een linkse leider komt, neemt hun aantal weer af. Het omgekeerde geldt ook.
Het is al heel lang bekend dat mensen met een overtuiging nauwelijks van mening veranderen. Feiten helpen zelden, omdat die in twijfel worden getrokken. Mensen beschouwen informatie die niet strookt met wat ze vinden al snel als een aanval. Het brein gaat dan over tot een verdedigende modus.

Spreek tot de verbeelding

Heeft communiceren dan weinig zin? Natuurlijk heeft het zin. Maar het is zeer relevant wat je gaat vertellen, wie dat doet en wanneer. In de eerste plaats hebben mensen over veel dingen (nog) helemaal geen sterke mening. Informatie kan in die gevallen helpen een mening te vormen. Een tweede belangrijk aspect is het gezag van de bron bij de ontvangers van de boodschap. Daarbij tellen impliciete oordelen als recht van spreken, betrouwbaar en geloofwaardig, ervaring. Als de verteller zich bij de mensen tot wie hij spreekt kan positioneren als ‘een van de groep’ dan helpt dat enorm.
Mensen zijn eerder loyaal aan andere mensen dan aan zoiets abstracts als de waarheid. Dus helpt het als de boodschapper zich kan presenteren als een kameraad. En ook in deze tijd is er behoefte aan sagen en mythen, meeslepende verhalen en pakkende beelden. En dus geldt voor elke communicator: spreek tot de verbeelding. Daar mag dan best een scheut waarheid in.
Volg ons op social
 
Over de auteur

Dick van der Meer

Twitter

Als journalist bij de Haagsche Courant heeft Dick van der Meer 25 jaar de stad Den Haag en ommelanden verkend. Het organiseren van journalistiek werk en het operen in een complexe nieuwsomgeving zijn hem als lid van de hoofdredactie van de HC en later van het AD zeer vertrouwd geworden. Hij is iemand die zelf graag schrijft, maar ook ervoor zorgt dat de journalistieke en organisatorische processen goed lopen. Op basis van verwondering en het stellen van de juiste vragen wil hij bovendien de creativiteit in anderen en in zichzelf opwekken.