Interview met Frans Klein van de NPO

Raadselachtige teksten van een NPO-directeur

Dick van der Meer Communicatie

De publieke omroep moet van de politiek opnieuw bezuinigen. Over de invulling daarvan is in de laatste week van juni veel commotie ontstaan: allerlei informatieve en journalistieke programma’s zijn het haasje. De NRC publiceert op zaterdag een interview met tv-directeur Frans Klein van de NPO. Die ontkent glashard de bezuiniging op journalistieke programma’s, maar heeft het weer wel over een kaalslag. Zijn woorden zijn raadselachtig, en ogenschijnlijk heeft de krant een paar voor de hand liggende vragen niet gesteld.

Verzadigd publiek?

Directeur Klein noemt in het interview geen enkel cijfer, zodat vrijwel niets verifieerbaar is. Zo zegt hij bijvoorbeeld: “Uit onderzoek blijkt dat we met ons journalistieke aanbod een steeds kleiner publiek bereiken.” Welk onderzoek? Wat schaart hij onder dat journalistieke aanbod? Wat betekent ‘steeds kleiner’?

Volgens Frans Klein wordt in totaal ook niet bezuinigd op journalistieke programma’s. Wat onder meer bij Zembla, Tegenlicht, Andere Tijden en Brandpunt wordt weggehaald, gaat naar “nieuwe onderzoeksjournalistieke programma’s en online journalistiek.” Die moeten nieuwe, vooral jonge kijkers trekken. Dat roept weer vragen op. Kunnen bestaande programma’s zich niet vernieuwen? Wat houden die nieuwe programma’s dan in? “De groep die van Tegenlicht houdt, wordt al zeer goed bediend door de publieke omroep en komt voldoende aan zijn trekken”, aldus Klein. Wat verstaat hij onder ‘zeer goed’. Wie bepaalt op welke gronden wat ‘voldoende aan zijn trekken’ is? Persoonlijk vind ik dat de NPO een aantal goede programma’s maakt, maar door bezuinigingen en in mijn ogen vreemde keuzes zijn kwaliteit en kwantiteit van wat mij interesseert afgenomen.

Frans Klein van NPO
Frans Klein van NPO. Foto Sebastiaan ter Burg

Meer vragen dan antwoorden

De tv-directeur stelt dat de NPO zowel gaat bezuinigen als vernieuwen. Curieus is zijn volgende constatering: “Je ziet nu dat beide zaken in de publiciteit door elkaar lopen.” Hoe kan dat gebeuren, zou je hem willen vragen, maar dat doet de krant niet. Heel veel mensen van de publieke omroep zelf, maar ook politici, vakbonden en gewoon maatschappelijk betrokken mensen maken zich grote zorgen, zo vinden we in de media terug. Had de NPO dat dan niet beter moeten begeleiden? Hoe kan het dat de eigen medewerkers van Klein in rep en roer zijn en er niets van begrijpen? Wat heeft Klein zelf gedaan om misverstanden en verwarring te voorkomen? Zou de NPO niet een beetje beter moeten zorgen voor zijn medewerkers, maar ook voor zijn klanten, zelfs als men denkt dat die al voldoende aan hun trekken komen?

Keuzes

Als het argumenteren van Frans Klein exemplarisch is voor de ontwikkeling van een visie en een daarop gestoeld beleid bij de leiding van de NPO, ziet er somber uit. Een door de interviewer geopperde keuze voor ‘minder amusement van twijfelachtige waarde’ noemt hij achteloos ‘een heel elitaire opvatting’. Blijkbaar vindt hij die verkeerd, maar welke afweging daaraan ten grondslag ligt, komen we niet te weten.

Klein bagatelliseert in het interview zo’n beetje alle commotie, die hij onnodig vindt. Maar aan het eind zegt hij plotseling: “Deze bezuiniging kunnen we niet meer verwerken zonder hard in te grijpen in de programmering. De discussie zou moeten gaan over de vraag of tegenvallers op ons verhaald moeten worden, of dat de minister ze gewoon compenseert. Dan hadden we niet in deze kaalslag gezeten.”

Die discussie wordt natuurlijk wel degelijk gevoerd, maar daarover ging de commotie van de afgelopen week niet. Die ging over de keuze van de NPO-leiding, dus van Frans Klein zelf. Maar er is dus toch sprake van ‘kaalslag’. Hoe de omroep daarmee omgaat en waarom, daar zou je een zinnige gedachte over willen lezen. Maar nee, iedereen die zich zorgen maakt zit fout, is elitair en begrijpt het niet. De zorgen zijn de schuld van ‘de publiciteit’ en van de minister.

Van communicatie heeft Frans Klein werkelijk niets begrepen.

Zo’n verhaal doet je opeens wel wat begrip krijgen voor die bezuinigingen.

Over de auteur

Dick van der Meer

Twitter

Als journalist bij de Haagsche Courant heeft Dick van der Meer 25 jaar de stad Den Haag en ommelanden verkend. Het organiseren van journalistiek werk en het operen in een complexe nieuwsomgeving zijn hem als lid van de hoofdredactie van de HC en later van het AD zeer vertrouwd geworden. Hij is iemand die zelf graag schrijft, maar ook ervoor zorgt dat de journalistieke en organisatorische processen goed lopen. Op basis van verwondering en het stellen van de juiste vragen wil hij bovendien de creativiteit in anderen en in zichzelf opwekken.