Onderzoek slavernijverleden mag niet vrijblijvend zijn

Onderzoek slavernijverleden mag niet vrijblijvend zijn

Dick van der Meer Communicatie

Enkele Britse financiële instellingen hebben excuses aangeboden voor hun slavernijverleden. Nederlandse bedrijven voelen zich nu onder druk gezet om dat ook te doen. Voor een onderzoek naar dat slavernijverleden is soms alle reden, zoals bij de bank InsingerGilissen, en het kan dus heel zinvol zijn. Maar zo’n aankondiging kan ook worden gebruikt om een heikel punt te parkeren. Hoe waarachtig een deemoedige verklaring is, valt af te leiden uit de wijze waarop een onderneming vandaag de dag omgaat met alle werknemers, ook die uit andere delen van Europa en eventueel die in armere landen. En de inspanningen om intern discriminatie tegen te gaan zeggen eveneens het nodige over de werkelijke intenties.

Managers en juristen

In 2005 was ABN Amro verplicht om vanwege een overname in de VS onderzoek te laten doen naar betrokkenheid bij de trans-Atlantische slavenhandel en/of de uitbuiting van Afrikaanse slaven op Amerikaanse plantages. De bank benaderde Gert Oostindie, historicus gespecialiseerd in Nederlandse koloniale en Caraïbische geschiedenis. "Ik herinner me dat ik in onze vergaderzaal zat met zeven man aan tafel – allemaal managers en juristen van ABN. Ze zeiden dat er vast heel weinig onoorbaars te vinden zou zijn in de archieven, maar dat ze het voor alle zekerheid toch wilden laten onderzoeken”, vertelt hij aan RTL Nieuws. "Ik heb gezegd dat ik het wilde doen, op voorwaarde dat ik alles wat ik vond zou mogen publiceren. Dat hebben ze geweigerd."

Groene intenties

Er blijkt maar weer uit dat bedrijven soms – of vermoedelijk vaak – erg beducht zijn voor wat ze beschouwen als ‘negatieve publiciteit’. Eerlijk zijn is daaraan dan ondergeschikt. Wel zijn ze meestal tuk op het meedeinen op modieuze golven. Als het klimaat een maatschappelijk issue wordt, kunnen er ronkende verklaringen langs komen over groene intenties, terwijl er tegelijk zo lang mogelijk doorvervuild wordt. Hetzelfde zie je nu bij de losgebarsten discussie over discriminatie en racisme.
Gelijkenis tussen trend duurzaamheid en slavernijverleden
Een van de uitwassen van de duurzaamheidstrend: een wildgroei aan keurmerken, die lang niet allemaal betrouwbaar zijn. Ze dienen als dekmantel voor negatieve publiciteit.

Mooie woorden

Het is niet heel ingewikkeld voor een professionele communicatiespecialist om in woorden en beelden een prachtig politiek correct plaatje te schilderen. En net als bij politici zijn mensen al snel geneigd mooie woorden te geloven. Althans, dat doen ze een tijdje. Onherroepelijk zullen geluiden over de minder fraaie werkelijkheid gaan doorsijpelen. Dat wordt explosief als de onderneming (of de politicus) om een andere reden niet gunstig in het nieuws komt. Dat is mede een reden om beducht te zijn voor negatieve publiciteit: er kan een beerput open komen.
Cancel culture en slavernijverleden
Bedrijven zijn vooral op social media angstig voor de 'cancel culture'. Die verwijst naar de online trend om steun voor publieke figuren en bedrijven in te trekken nadat ze iets hebben gedaan of gezegd dat als aanstootgevend wordt beschouwd.

Klopt de cultuur met de statements?

Organisaties als Amnesty International onderzoeken hoe multinationals omgaan met hun werknemers in de arme landen. Maar ook de cultuur in het eigen bedrijf, en de aandacht die er is om discriminatie van mensen met een kleur of een on-Nederlandse achternaam tegen te gaan. En hetzelfde geldt voor de positie van vrouwen, ouderen en gehandicapten in een onderneming. Klopt die cultuur met de publieke statements? Daar kom je pas achter als je er een tijdje rondloopt en de verhalen op de werkvloer hoort.

Een eerlijk verhaal vertellen over slavernijverleden

Zo bezien is een onderzoek naar het eigen slavernijverleden weliswaar leerzaam en wellicht nuttig, maar een onderzoek naar de mores in het hier en nu zou in veel gevallen weleens meer zoden aan de ethische dijk kunnen zetten. Ook dat moet leiden tot de juiste acties, die een wezenlijke verandering betekenen. En daarover dan een eerlijk verhaal vertellen: dat is pas goede communicatie en pr.
Volg ons op social
 
Over de auteur

Dick van der Meer

Twitter

Als journalist bij de Haagsche Courant heeft Dick van der Meer 25 jaar de stad Den Haag en ommelanden verkend. Het organiseren van journalistiek werk en het operen in een complexe nieuwsomgeving zijn hem als lid van de hoofdredactie van de HC en later van het AD zeer vertrouwd geworden. Hij is iemand die zelf graag schrijft, maar ook ervoor zorgt dat de journalistieke en organisatorische processen goed lopen. Op basis van verwondering en het stellen van de juiste vragen wil hij bovendien de creativiteit in anderen en in zichzelf opwekken.