Hacktivisme: het nieuwe kraken

Hacktivisme: Het nieuwe kraken?

Wilmer Smook Online communicatie

Je hoeft je luie stoel niet meer uit om te demonstreren. Een beeldscherm is al voldoende. Dat kan heel beleefd met online petities. Maar echte computerkenners gebruiken agressievere digitale protestacties, het zogenaamde hacktivisme. Zoiets is nog altijd illegaal, ongeacht hun goede bedoelingen. Een gedoogbeleid zou gegronde hacks kunnen legitimeren. Is hacktivisme het nieuwe kraken?
Voor vrouwenrechten, tegen kernwapens: vroeger demonstreerde men nog op straat. Liefst in groten getale, gewapend met spandoeken die beklad zijn met beklijvende leuzen. De mobiele eenheid stond vaak al voor hen klaar. Hun komst stond symbool voor blauwe plekken, maar ook voor publiciteit en publieke goodwill. Ondanks de ijzeren vuist van de machthebbers bleef de straat opgaan de effectiefste manier om politiek ongenoegen te uiten. Dit ‘offline’ demonstreren zijn we nog niet verleerd. Kijk maar naar de massale protesten tijdens de Arabische Lente en de honderdduizenden mensen die vorig jaar demonstreerden voor zowel voor als tegen de onafhankelijkheid van Catalonië.

Hacktivisme

Toch manifesteren protesten zich nu vaker online. De hardnekkigste vormen daarvan vallen onder het hacktivisme. Dat is een verzamelterm voor alle manieren die hackers gebruiken om websites, netwerken en soms hele organisaties en bedrijven te saboteren. Denk aan de inzet van DDoS-aanvallen op politieke doelwitten door hackergroep Anonymous, of aan de blootlegging van verstopt buitenlands geld met de Panama Papers. Het gaat om middelen die nog altijd illegaal zijn. Daarom blijft de politie er met eigen online opsporingsmiddelen tegen optreden. Ook in Nederland: in april rolden de autoriteiten nog ‘s werelds grootste aanbieder van DDoS-aanvallen op.
Hacktivisme van Anonymous
Het Guy Fawkes-masker, komend van een lid van het Britse Buskruitverraad, is een typisch kenmerk van Anonymous.

Nieuw idealisme

De vraag is of deze online protesten daadwerkelijk crimineel en daarmee kwaadaardig zijn. Zoals vaak het geval is bij technologie, kan hacktivisme zowel goed- als kwaadschiks zijn. Hackers die met gevoelige informatie losgeld willen krijgen, zijn gewoon digitale criminelen. Maar hacktivisten hebben vaak een doel, gedreven door ideologie. Ze zetten zich regelmatig in voor de vrijheid van meningsuiting, tegen bedrijfsmonopolies en voor de openheid van kennis. TechCrunch noemde hacktivisme zelfs ‘de nieuwe mars op Washington’. De lekken van WikiLeaks komen hierbij meteen in herinnering; allemaal informatie die illegaal uit de databanken van de Amerikaanse overheid is getrokken. Een ander bekend voorbeeld is de ‘oorlog’ die Anonymous voert tegen IS. Zij proberen systematisch de websites en sociale mediaprofielen van de terroristische organisatie te hacken om zo de verspreiding van haatspeech te voorkomen; bijna als echte antiterreurcel.
Maar het verschil tussen goed en slecht is niet zwart-wit. Hackers kunnen zichzelf soms vrij naïef en zelfingenomen als absolute helden beschouwen. In 2015 stuurde hackergroep The Impact Team waarschuwingen naar datingwebsite Ashley Madison dat zij hun internetplatform gingen platleggen. De datingwebsite moedigde namelijk buitenechtelijke relaties aan, iets dat de leden van The Impact Team verwerpelijk vonden. In de maand augustus van dat jaar publiceerden de hackers daarom 10 gigabyte aan persoonlijke gegevens van de gebruikers van de website: 30 miljoen mensen uit 40 landen. Het resultaat: geruïneerde carrières, echtscheidingen en zelfmoorden. Was dit een heroïsche openbaring of een simpele inbreuk op privacy?
Hacktivisme van The Impact Team met Ashley Madison
The Impact Team wond er geen doekjes om.

Kraken: gedoogd protest

Die dubbelzinnigheid kent het ‘ouderwetse’ kraken ook. Zelf waren krakers overtuigd van hun rechtschapenheid. Zij protesteerden vooral tegen de leegstand van panden die door huisjesmelkers uit speculatieve overwegingen zo aangehouden werden, terwijl er woningnood was. Net als hacktivisme was kraken lange tijd illegaal. Maar de inzet van geweld tegen krakers en begrip voor de wens om normaal te kunnen wonen, zorgden voor sympathie bij de Nederlandse bevolking voor het kraken. Dat bewoog de politiek tot een gedoogconstructie. Kraken werd gedoogd als het panden betrof die speculanten leeg hielden. De misstand van de woningnood was groter dan de misstand van het kraken, redeneerde men. Tegelijkertijd waren er onverlaten die misbruik maakten van deze constructie. Het was aan de rechter om die belangen af te wegen.

* Overigens is sinds de Anti-kraakwet van 2010 kraken weer volledig verboden in Nederland.

De digitale toekomst

De ambiguïteit van hacktivisme zal in de toekomst net als kraken ook meer duiding moeten krijgen. Hacktivisme zal namelijk toenemen; hacken wordt steeds makkelijker. Middelen om te hacken zijn steeds sneller te vinden en het bureaustoelleger dat kan coderen en kennis heeft van netwerken en internet groeit. Nu al zorgen hackers voor de grootste datalekken ooit. Ze beïnvloeden verkiezingen, zoals in Amerika. De Canadezen bereiden zich daarom zelfs al voor op hacktivisten. Religieuze organisaties als de Scientology-kerk en Mormonen zijn ook niet veilig. Ook zij liggen onder vuur door online vrijheidsstrijders.
Het is de vraag hoe dit juridisch ingevuld moet worden. Hacktivisme zou gedoogd kunnen worden als het een duidelijke misstand aankaart. De rechter moet boosaardige criminelen vervolgens uit dat gedoogbeleid kunnen filteren. Dat hoeft niet door met een wet alles dicht te timmeren, wat ook onmogelijk is. Maar de samenleving kan via de wetgever wel duidelijk maken wat de bedoelingen zijn. Net als bij krakers van toen kan de rechter dan de rechtmatigheid van het hacken per geval beoordelen.
Hoe het ook zij, van hacktivisme zullen we steeds meer gaan horen. Zijn ze idealisten of digitale terroristen? Daar zou de wetgever zich eens over moeten buigen.
Volg ons op social
   
Over de auteur

Wilmer Smook

Facebook Twitter

Wilmer Smook specialiseert zich in het gebruik van digitale instrumenten om iedere boodschap extra kracht bij te kunnen zetten, zowel online als offline. Door zijn kennis over websites, social media en grafisch ontwerp voelt hij zich in de wereld van digitale storytelling volledig senang. Daarnaast heeft hij dankzij zijn masterstudie politicologie en een traineeship bij een politieke communicatiebureau veel gevoel voor maatschappelijke kwesties en corporate communicatie. Een digitaal strateeg met een politieke antenne.