Publieksfuncties van een verhaal

De publieksfuncties van een verhaal

Dick van der Meer Journalistiek

Met een enkele oud-collega van de kranten waar ik heb gewerkt haal ik nog wel eens anekdotes op over ‘bladendokter’ Leon de Wolff. Hij liet eind vorige en begin deze eeuw redacties op een andere, meer wetenschappelijke manier kijken naar hun werk en hun publiek. Veel journalisten, die een liefdevolle passie voor hun vak paarden aan een hekel aan wetenschap, gruwden van zijn theorieën. Maar hoofdredacties huurden hem toch in. En terecht. Onlangs publiceerde Frank.news een mooi stuk over de actuele waarde van De Wolffs lessen.

Uiterst verdacht

Leon de Wolff over publieksfuncties

Leon de Wolff - enkele jaren geleden overleden - was een journalist die zich ontwikkelde tot media-adviseur. Een consultant dus. Dat maakte hem in de ogen van veel journalisten uiterst verdacht. De ouderwetse verslaggever had doorgaans een hekel aan alles wat maar op commercie leek, inclusief zijn eigen advertentieafdeling. En van allerlei moderne fratsen was hij – een journalist was lange tijd meestal een hij – ook al niet gediend.

Zelf was De Wolff journalist in de jaren zeventig en tachtig bij NRC Handelsblad, Haagse Post en FEM Business. Hij had het toen al over de verschillende perspectieven die je lezers kunt voorschotelen. Zijn wat belerende manier van praten streek veel collega’s tegen de haren in. Maar zijn gedrevenheid deden hem besluiten er serieus werk van te maken. De Wolff ging standaard vier perspectieven onderscheiden: institutioneel, menselijk, maatschappelijk en wetenschappelijk.

Driekwart institutioneel nieuws

Toen ik met hem te maken kreeg als ingehuurde adviseur analyseerde hij, met hulp van studenten die de artikelen voor hem rubriceerden, hoe vaak de vier functies voorkwamen in onze kranten. Dat gaf een ontluisterend beeld: pakweg driekwart van onze stukken had een institutioneel ofwel beleidsmatig perspectief.

Die cijfers vonden de journalisten niet fijn, want ze voelden als kritiek. En dat was het natuurlijk ook. Voeg daarbij het feit dat De Wolff werd ingehuurd omdat het financieel slecht ging en de krant dus ‘commerciëler’ moest worden, en de aversie op de redacties is wel verklaard. Leon de Wolff werd neergezet als een mislukte journalist, een ‘geldwolf’, een oplichter, een verrader, een handlanger van de directie en/of hoofdredactie, iemand die de krant wilde verkwanselen aan de commercie. Kortom, de weerzin stoelde op geen enkel inhoudelijk argument. De Wolff stelde alleen maar dat je je publiek serieus moest nemen, hun gewoonten moest leren kennen, en hen op grond daarvan beter bedienen. Dat was gewoon een goed verhaal, los van de vraag hoe je zijn inzichten in je redactionele beleid ging verwerken.

Zeven lezersfuncties

Behalve dat Leon de Wolff weleens betweterig overkwam, was zijn theorie voor journalisten ook best ingewikkeld. Want naast de vier perspectieven onderscheidde hij zeven lezersfuncties: feiten, oordeel, inzicht, overzicht, advies, vermaak en emotie. Die vormen samen 28 combinaties, en het is niet te doen om die tijdens het schrijven van een nieuwsbericht uit elkaar te houden.

Het doel was dan ook vooral bewustwording. Als driekwart van je redactionele stukken een overwegend beleidsmatig perspectief heeft, zou je daar misschien wat aan moeten doen. Bovendien, zei De Wolff, lopen de perspectieven en functies in veel artikelen zodanig door elkaar heen, dat de lezer een lastig ratjetoe voorgeschoteld krijgt en zich daar op den duur ongemakkelijk bij gaat voelen. En inderdaad, veel lezers houden er niet van als in een feitelijk stuk opeens een oordeel van de journalist opduikt, ook niet als dat impliciet gebeurt.

Leon de Wolff is in twintig jaar op bijna alle redacties wel een keer langs geweest. Journalisten zijn zich veel meer bewust geworden van de variatie die mogelijk is bij het benaderen van een onderwerp. Dat zie je aan de kranten van vandaag heel goed terug. Ook nu gaat er volgens mij in journalistiek opzicht nog veel mis in de serieuze media, maar dat er meer oog is voor het publiek en de wensen die daar leven, is overduidelijk.

Over de auteur

Dick van der Meer

Twitter

Als journalist bij de Haagsche Courant heeft Dick van der Meer 25 jaar de stad Den Haag en ommelanden verkend. Het organiseren van journalistiek werk en het operen in een complexe nieuwsomgeving zijn hem als lid van de hoofdredactie van de HC en later van het AD zeer vertrouwd geworden. Hij is iemand die zelf graag schrijft, maar ook ervoor zorgt dat de journalistieke en organisatorische processen goed lopen. Op basis van verwondering en het stellen van de juiste vragen wil hij bovendien de creativiteit in anderen en in zichzelf opwekken.