Boerenbedrog

Boerenbedrog: verhaal van het boerenprotest

Dick van der Meer Storytelling

De woorden boeren en schande vormen door het boerenprotest een veelgebruikt paar deze dagen. En wat we zien aan verbale en fysieke agressie deugt natuurlijk ook niet. Tegelijk is het schandalig dat een netje uien bij de supermarkt 79 cent kost. Dit zijn twee beelden die kloppen, en tegelijk niet volstaan om de werkelijkheid weergeven.

Niet arm, niet ondergewaardeerd

Boerenbedrog is een term die staat voor het gebruik van een bedrieglijke voorstelling van zaken voor eigen gewin. Boeren en hun organisaties spiegelen het voor alsof ze arm en ondergewaardeerd zijn, ‘verneukt’ worden, zoals opstandelingenleiders van het boerenprotest zeggen. Daar klopt in het algemeen niets van, ook al zijn er onvermijdelijk voorbeelden die sympathie of mededogen verdienen.
Arm zijn boeren niet. Bijna een op de vijf is miljonair, een groter percentage dan onder alle ondernemers. En ja, dat vermogen zit voor een deel in het bedrijf, zoals bij iedereen met een eigen zaak. Maar ze hebben ook een duidelijk hoger besteedbaar inkomen dan de gemiddelde werkende. Dus boeren zielig? Kom op.
Ze voeden Nederland, hoor je vaak. Tachtig procent van wat ze produceren gaat echter naar het buitenland. Nederland is de op een na grootste exporteur van agrarische producten ter wereld. Dat is mooi, maar niet noodzakelijk om ons te voeden.
Boeren zouden een negatief imago hebben. Dat is onjuist. Nederlanders hebben juist grote waardering (al zal dat deze week afnemen). Boeren worden niet gehoord? Integendeel, ze hebben een fantastisch sterke lobby in politiek Den Haag en in Brussel bij de EU. Mede daardoor zijn de landbouwsubsidies nog altijd ongekend van omvang, en komen maatregelen om bijvoorbeeld het milieu en het dierenwelzijn te verbeteren maar mondjesmaat tot stand.
Positief imago boerenprotest
In Nederland heerst juist grote waardering voor boeren en landbouw.

Kwalijke rol supermarkten

Er zijn ook keerzijdes. Nederlandse boeren behalen uitstekende resultaten op het gebied van het terugdringen van bestrijdingsmiddel en watergebruik. Het KRO-NCRV-programma BinnensteBuiten toont wekelijks meerdere boeren die met veel liefde en zorg voor hun dieren en gewassen, en ook voor hun omgeving, een prachtig bedrijf runnen, rendabel en wel. Dat zijn doorgaans geen miljonairs, en ze produceren vrijwel nooit voor supermarkten.
Die supermarkten knijpen boerenbedrijven wel degelijk uit. Dat doen ze namens ons, de consumenten, kun je met enige overdrijving zeggen. We zijn verschrikkelijk verwend met extreem lage prijzen voor wat we eten en drinken. Om daaraan te kunnen voldoen, hebben boeren moeten investeren in massaproductie en zo laag mogelijke kosten. Die perverse prikkel bestaat nog steeds. De meeste Nederlanders zijn enorm welvarend. Ze kunnen best wat meer betalen voor hun voedsel, zodat boeren ruimte krijgen om te investeren in milieumaatregelen.
Consumptie vlees beïnvloedt boerenprotest
We eten gezamenlijk teveel vlees: boeren moeten de productie bijbenen.

Wat niet mag, moet stoppen

Wat niet wegneemt dat Nederland een dichtbevolkt land is, waar liefst 60 procent van het grondoppervlak een agrarische bestemming heeft. Vooral het houden van miljoenen dieren is gewoon een te zware belasting voor onze gezondheid en voor onze natuur. Dat stikstof een groot probleem ging vormen, was twintig jaar geleden al duidelijk. Boeren en hun organisaties hebben hun ogen daarvoor gesloten, en met hun lobby gedaan gekregen dat ook de politiek niet in actie kwam.
De kruik gaat zolang te water tot hij barst: uiteindelijk zal altijd een rechter bepalen dat wat ongeoorloofd is ook echt moet stoppen.

Een realistischer verhaal

De agrarische sector heeft lang geprofiteerd van een bewust opgebouwd onwerkelijk mooi beeld bij de buitenwereld, zo ook bij het boerenprotest. Maar ook boerenbedrog komt eens voor de val. Dat is wat we nu meemaken, en het oogt niet fraai. Het is tijd voor een realistischer boerenverhaal. En het is tijd voor duurdere uien.
Volg ons op social
 
Over de auteur

Dick van der Meer

Twitter

Als journalist bij de Haagsche Courant heeft Dick van der Meer 25 jaar de stad Den Haag en ommelanden verkend. Het organiseren van journalistiek werk en het operen in een complexe nieuwsomgeving zijn hem als lid van de hoofdredactie van de HC en later van het AD zeer vertrouwd geworden. Hij is iemand die zelf graag schrijft, maar ook ervoor zorgt dat de journalistieke en organisatorische processen goed lopen. Op basis van verwondering en het stellen van de juiste vragen wil hij bovendien de creativiteit in anderen en in zichzelf opwekken.